Web Design
Laos en Cambodja

Terug naar Reizen

2 oktober 2007
Een beetje vreemd, als je naar Thailand vliegt en dat je dan niet naar Bangkok, maar naar Chiang Mai vliegt . . . via Kuala Lumpur.
We zitten deze keer in een groep van 21 mensen.
Nog dezelfde avond gaan wij met zijn allen naar een restaurant, waar in het midden een podium is, waar tribale dansen worden opgevoerd. Mooie gelegenheid om onze reisgenoten eens wat beter te leren kennen.

3 oktober
Al vroeg hebben wij onze koffers naar beneden gebracht, in afwachting van de bus. Daar voegt Cathy zich bij de groep. Zij is al een paar dagen langer in het Noorden van Thailand. We gaan met de bus in de richting van Chiang Rai. Vlak voor duister komen we langs Wat Rong Khun, de witte tempel, die door Chalemchai Kositpitat gebouwd is. Althans, hij is er mee begonnen, want hij stierf voor de tempel klaar was.
We overnachten in het Chiang Saen River Hotel.

4 oktober
We gaan met twee minibusjes naar de grens van Laos. Met een paar longboats gaan we naar de overkant, naar Houay Xai. Daar wisselen we wat geld om en wij zijn voor €75 miljonair! In kippen dan. Ik bedoel niet in die beesten, maar de munteenheid van Laos, de Kip. Gelukkig krijgen wij hulp van de Laotiaanse gids, die zich ondertussen bij ons gevoegd heeft. Later bleek, dat hij ook gegidst heeft voor de Peking Express televisie-uitzending.
Na het vervullen van de nodige douane-formalteiten stappen we in een boot op de Mekong. Wij denken dan nog, dat er op die boot een dak zit om ons te beschermen tegen de hevige zon van Laos, maar dat is niet de enige reden. Al snel begint het te regenen. We weten het nog niet, maar het zou daarna elke dag gaan regenen; tot aan Vientiane toe.
Onderweg stoppen wij even bij een dorpje aan de rivier. Op een aantal plekken zien we een rooster van ongeveer één vierkante meter op een meter boven de grond gespannen. Op die roosters hebben ze rode pepers uitgestrooid. Op de grond stoken ze een vuurtje om zodoende de pepers te roken.
Tegen het eind van de middag komen wij in Pak Beng aan. Wij hebben overal kunnen lezen, dat Pak Beng een onbetekenend plaatsje aan de Mekong zou zijn, halverwege Houay Xai en Luang Prabang, maar er is hier echt wel wat meer aan de gang. Op die plek eindigt namelijk een weg op de rivier. Dus er is daar veel overslag van goederen. Ze mogen daar in Rotterdam wel gaan uitkijken!
Onze groep wordt verdeeld over twee Guesthouses. Ook vanavond eten wij gezamenlijk. Er is van te voren gewaarschuwd, dat wij zaklantaarns mee moeten nemen, want om 21:30 gaat het aggregaat uit . . . Dat bleek te kloppen, alleen de tijd was ongeveer een uur eerder. We hebben gezellig gegeten, bij kaarslicht, maar we konden niet goed zien of er op ons bord lag, wat wij besteld hadden.

5 oktober
Vandaag zetten wij onze vaartocht over de Mekong voort. Tot Luang Prabang. Er zitten veel ondiepe plekken in de rivier. Op veel plaatsen moet de schipper rotsen onder het wateroppervlak ontwijken. Dat is dan ook de reden, dat men onlangs heeft besloten om toeristen niet langer bloot te stellen aan die snelle boten, zoals wij in 2005 meemaakten.
In de middag komen wij aan bij de grotten van Pak Ou. In de stromende regen beklimmen wij de trappen naar de bovenste grot. Binnen is het vrij duister, maar (naast de boeddha beelden) kunnen we nog net op tijd die slang in een nis zien liggen. De grotten beneden zijn minder diep. Er hebben zich daar een paar duizend beeldje opgehoopt, daar naar toe gebracht door de devote streekbewoners, ter gelegenheid van alweer een gedenkwaardige aangelegenheid. Daarna gaan nog even van boord bij een dorp, waar men de typische Laotiaanse Whisky stookt. Sommigen proeven uit een fles, waar ook nog een schorpioen in zit. Die was inmiddels gestorven. Als dat maar niet van de drank is gekomen, want dan loopt het vast ook niet goed af met die drinkers onder ons.
Aan het eind van de dag meren wij af bij Luang Prabang. In de avond gaan wij nog even de avondmarkt bekijken. Mar ook hier heeft de modernisering toegeslagen! Het is niet meer zo knus en ongeorganiseerd meer als twee jaar geleden. Zo vindt de markt niet meer plaats op de Thanon Pothisalat, maar is de zijstraatjes daarvan.

6 oktober
Iedereen mag vandaag individueel op pad. Nou ja, ”mag”, er is vandaag in ieder geval geen gezamenlijk programma. Wij lopen (in de regen) langs het Koninklijk Paleis naar de Wat Xieng Thong. Het is iedere keer weer de moeite waard om deze tempel te bekijken. Bij de plaats, waar de Nam Khan in de Mekong uitmondt, gaan we bocht om en dan beklimmen de Phu Si. Deze heuvel domineert de hele stad. Op de top staat natuurlijk weer een tempel.
Als we weer onderaan de heuvel aankomen, lijkt het weer iets op te knappen. Dus besluiten we om het er maar op te wagen. We nemen een taxi naar de Kuang Si watervallen. Volgens ons één van de mooiste watervallen van de wereld. Het is een heel stelsel van watervallen. Alleen de waterval aan het eind is de hoogste. Wij vinden aan de zijkant een pad, dat omhoog gaat. Nieuwsgierig gaan wij omhoog. Om tenslotte weer bij de waterval uit te komen, moeten wij twee maal door kniediep stromend water. Langs bordjes met de tekst “Danger!” Als we daar alles hebben bekeken en gefotografeerd, wordt het weer donkerder. Het gaat weer regenen. Dus dalen wij het pad weer af en gaan terug naar de taxi. Net op tijd. Het gaat weer gieten. Onder het genot van de favoriete muziek van de chauffeur (de Beatles) gaan wij weer terug naar Luang Prabang.

7 oktober
Vandaag een lange reisdag. Naar Phonsavan. Met tussenstops op plaatsen van sanitaire- of honger- noodzaak. Meestal wordt er niet veel verteld over een reisdag, Maar is er wel degelijk wat te vertellen. De rit gaat door een sterk geaccidenteerd terrein. De heuvels krijgen al Chinese contouren. Er zijn daar nog niet veel wegen en daarom is een kruispunt van 3 wegen al een monument. Dus eten wij daar ook de lunch. De Laotiaanse reisbegeleider (toegevoegd aan onze eigen begeleider) belt met zijn mobieltje onze bestellingen door: “Flied Lice”. Ook hier al kunnen ze de letter R niet goed uitspreken.
Onderweg zien wij bij een tussenstop een aantal propellers in een snel stromende rivier hangen. De draden gaan omhoog en op die manier hebben de mensen toch stroom.
Tegen het vallen van de avond komen wij in Phonsavan aan. In de lobby van het hotel staan een aantal “Kunstwerken”, die gemaakt zijn van granaten en scherven uit de Vietnam Oorlog. Wij treffen het deze keer niet, met onze kamer. Je kunt er je koffer niet keren. Maar wij aanvaarden dit omdat dit natuurlijk deel uitmaakt van een avontuurlijkere reis. Wij hebben het wel eens slechter getroffen.

8 oktober
Onderweg naar de Vallei der Kruiken gaan we een plaatselijke markt bekijken. Wij zijn al toe aan een nieuwe paraplu. Dus kopen wij die daar; voor een prikkie.
Aangekomen bij de Vallei der Kruiken stellen wij vast, dat er buiten ons, vandaag niet veel bezoekers zijn. De regen zeker. Op de vlakte zijn diverse locaties, waar een groot aantal mysterieuze aarden kruiken liggen. De oorsprong van deze kruiken is nog niet helemaal duidelijk, Sommigen wegen wel 6 ton. Ten tijde van de oorlog in Vietnam werd de vlakte bijna bedolven onder Amerikaanse bommen. 400 Kruiken hebben dat overleefd. Er is ook een grot, waar de Patet Loa (Laotiaanse opstandelingen) zich verscholen voor de bombardementen. Maar op een dag vielen er een paar bommen dóór het dak van de grot en 200 mensen kwamen om. Terug bij de ingang, werden wij door de chauffeur van de bus gevraagd om de bus op gang te helpen, want die redde het niet. Hij slipte weg op de leemgrond, die spekglad was geworden door de regen. Sommigen van ons moesten dat bekopen met een groot aantal bruine stippen op de broek . . . Anderen hadden daar geen last van. Die hielpen niet mee . . .
De reis wordt vervolgd in de richting van Vang Vieng. Maar we beginnen met een stuk van dezelfde weg als gisteren, maar in de tegengestelde richting. Tot aan de driesprong. Daar lunchen we weer. Daarna wordt het landschap wonderschoon. Volgens een geoloog onder de reisgenoten is dit een Karst-gebergte. We stopten te laat voor een perfecte fotostop.
Vanaf het balkon van ons hotel in Vang Vieng zijn wij getuige van een hele mooie zonsondergang.

9 oktober
Wij staan vroeg, want wij willen in het centrum van de stad gaan ontbijten. Onderweg naar het centrum komen wij langs een tempel. Net op dat moment worden de giften voor de monniken ingezameld. Wij schuiven aan. Ook wij kunnen ons er niet aan onttrekken om ook deel te nemen aan de ceremonie. Jeannette krijgt een sjerp om en mag iets doneren. Nasi hadden wij zo gauw niet aan gedacht, dus werd het maar geld. Op een gegeven moment giet men heel langzaam een glas water leeg in een schoteltje. Dat is om aan te geven, dat ook de voorouders aan de ceremonie deelnemen. Dat stromende water staat dan voor de rivier naar het hiernamaals. Het was alleen heel jammer om te horen, dat het gezang van de monniken werd verstoord door het communistische gebral uit luidsprekers op het kruispunt daar vlakbij.
Wij lopen door naar het centrum. Wat leuk zeg! Er zijn hier een heleboel eettenten, waar je tegelijk naar de Amerikaanse tv kunt kijken Net als bij Sport in Beeld. Met het bord op de knieën. Wij kiezen toch maar voor een andere locatie. Later lopen we nog even naar de rivier (de Nam Song). Er komen hier blijkbaar veel backpakers en die huren dan een grote binnenband en gaan dan ”Tuben”. In die binnenband de stroom afracen.
Na het ontbijt vertrekken we weer met de bus. Nu in de richting van Vientiane. De rit is niet zo lang deze keer, dus nemen we de tijd. Wij stoppen twee keer onderweg. Eén keer bij een schooltje en later nog een keer in ander een dorpje.
Wij komen aan in het Lane Xang Hotel in Vientiane. Na ons even hebben opgefrist, gaan wij op een excursie door de stad. We gaan langs Ko Phra Keo,Wat Si Saket, Pa That LuangWat Sok Paluang en langs Patuxal. Je moet er maar eens een boekje op naslaan. Het zijn allemaal plekken, die de moeite waard zijn om te bekijken. En dan bedoel ik vooral Pa That Luang. Je moet zien, dat je daar om vier uur in de middag terecht en dan maar hopen dat de zon wil schijnen. Alles goud wat er blinkt!
In de avond lopen we langs de boulevard. Er is daar op die avond een kermis voor kleine kinderen. Een draaimolen met een heel primitieve aandrijving, TL buizen en kaarsen als verlichting en misschien wel 10 stalletjes, waar je voor een prijsje een ballon mag kapotschieten. Allemaal stands dus met een minimale investering. De economie staat daar nog in de startblokken. Maar even verder hebben wij een lekker Danish broodje gegeten!

10 oktober
Deze dag is weer vrij te besteden. Wij hebben er voor gekozen om met de bus naar het Xiengkouane Boeddha Park te gaan een eindje buiten Vientiane. De reis is een verzoeking, want het ontbreekt de hele weg aan plaveisel. Als wij net kaartjes hebben gekocht, komt er een ander stel aan van ons gezelschap.
Het park is opgezet door Luang Pu, een monnik, die geloofde in een samensmelting van het Boeddhisme en het Hindoeïsme. De beelden in het park zijn ook een mengeling van die twee religies. Bekend vooral is het beeld van de Boeddha, die op zijn zij ligt.
Daarna gaan we naar de Wat Si Muang, die weer in Vientiane ligt. Er zit daar buiten de tempel een grote marabu, die hier al een hele tijd zit. Niemand haalt hem er toe over om daar vooral te blijven zitten. In de tempel zou je de zogenaamde “Wensboeddha” kunnen vinden. Als je maar wist hoe hij er uit zag . . Het is een heel onooglijke, rudimentair gevormde figuur, die door een jonge vrouw wordt vastgehouden, terwijl zij een wens doet, voor bijvoorbeeld een voorspoedig huwelijk.

11 oktober
Vandaag de reis naar Savannaket. Vóór dat wij naar ons hotel daar gaan, gaan we eerst met zijn allen naar de That Ing Hang, de Stupa van de Hangboom. Boeddha zou er ooit onder een Bodhiboom hebben uitgerust. Daarom is die plaats in de ogen van de Boeddhisten erg heilig. Het ziet er inderdaad erg geloofwaardig uit. En de WC’s zijn buiten het hek, aan de overkant van de weg.

12 oktober
We gaan nu steeds verder naar het zuiden. Naar de plek, waar de Mekong zich opsplitst en waar zij op een gegeven moment in de vorm van watervallen Cambodja instroomt. Onderweg in Pakse lunchen wij. Maar onze reisbegeleiders hebben de idee, dat wij onderhand zelf wel weten, wat hier in Laos de pot schaft. Dus kiezen wij weer tussen “Flied Lice” en “Flied Noodles”. Met een pont steken we over naar Don Khong. Het grootste eiland van allemaal. Tot onze verbazing vinden wij hier nog een hotel van enige importantie. Alleen komt één van onze reisgenoten na een minuut of 10 weer luid gebarend naar beneden. “Zij heeft een kikker in haar kamer aangetroffen!” En de airco maakt er ook best herrie. Wij slapen hier twee nachten.
Na aankomst gaan we naar het Wat Phu monument. Dit is een Khmer ruïne. Het ligt aan de voet van de berg Phu Passak, 8 km ten zuidwesten van Champassak. Door de moessons is de ruïne erg aangetast, maar dat draagt bij aan de mysterieuze indruk, die de ruïne op je maakt.

13 oktober
Vanaf ons hotel op Don Khong gaan wij naar de Kong Pha Pheng watervallen. Eerst een eind met de bus en dan verder te voet. Je krijgt onderweg de indruk, dat de Mekong aan alle kanten aanwezig is. De waterval is werkelijk indrukwekkend. Niet dat het verval zo groot is, maar de breedte. Als we met de boot verder gaan, komen we bij de Franse brug. De Fransen hebben niet zo bar veel in Laos geïnvesteerd. Eén van de initiatieven was de aanleg van een spoorweg om de grondstoffen van Laos op een efficiënte manier naar Europa te vervoeren. Maar het plan is nooit afgemaakt. De brug is er inderdaad. Er ligt roestige rails op, maar dat is dan ook alles. Oh ja, een eindje verderop ligt nog een oude stoomlocomotief weg te roesten. Vanaf de Franse brug lopen we naar de Li Phi watervallen. Die zijn nog indrukwekkender dan de Khong Pha Pheng watervallen. Terug varend over de Mekong, zien wij de mooiste panorama’s.
Wij twee besluiten om die middag nog een eindje op Don Khong te gaan fietsen. Een kaart hadden wij volgens de hotelhouder niet nodig. Er zou maar één weg zijn . . . Toen het dus donker werd, hebben wij een Toek-Toek geronseld, die ons weer naar het hotel bracht. Dat bleek dus aan de andere kant van het eiland te zijn. Dat zouden wij waarschijnlijk niet gevonden hebben, want er zat geen licht op onze fietsen. En de ketting liep er bij mij ook telkens af. Wij konden nog net mee-eten voor het diner . . .

14 oktober
Vandaag gaan we weer van het Don Khong eiland af. De bus brengt ons naar de grens met Thailand. Hij kan niet verder mee, want van grensverkeer hebben ze daar nog nooit gehoord. Ook de Laotiaanse gids neemt afscheid van ons. In een andere bus rijden wij door naar Surin. Daar slapen wij in een afstotelijk duur hotel. Voor avontuurlijk ingestelde reizigers, natuurlijk. Maar in de avond hebben wij wel heerlijk in de stad gegeten.

15 oktober
Dit zijsprongetje via de stad Surin in Thailand, is noodzakelijk, omdat de wegen vanuit Laos naar Cambodja in dit jaargetijde te wensen overlaten. Dus gaan we vandaag de grens over naar Cambodja. De formaliteiten nemen geruime tijd in beslag en sommigen dringen ongehinderd voor. Wij hebben de tijd . . . Als wij om ons heen kijken, zien wij dat de moderne tijden hier nog niet zijn doorgedrongen. Er wordt van alle kanten goederen aangevoerd met handkarren. Met slingerende wielen en lekke banden. En geduwd door mensen, die schamel gekleed zijn. Ten langen leste vinden wij onze bus. Wij hebben geen idee hoe lang de rit zal worden. Een uur of twee? Het bleken er uiteindelijk zes te worden.
En de weg was ook niet al te best. Het is eigenlijk geen weg. Er ligt geen asfalt op. Alleen maar roodbruine harde grond. We worden compleet door elkaar geschud. Onderweg horen we een mooie anekdote.
Er wordt door medewerkers van de luchtvaartmaatschappijen van Cambodja succesvol gelobbyd bij de volksvertegenwoordiging. Opdat zij de aanleg van een fatsoenlijke weg van de grens tot Siem Reap (bij Angkor Wat) zo lang mogelijk tegenhouden. Dan komen de mensen liever met het vliegtuig naar Siem Reap. Liever dan 6 uur in een rammelende bus te zitten.
Dan hebben ze even niet op de Nederlanders gerekend! Wij vermaken ons wel! Wij lunchen onderweg en wij bekijken een werkplaats, waar men beelden uit steen hakt. Tegen het eind van de middag komt alle verkeer tot stilstand. Een file. Ook hier? Tja, de weg is slecht en nu heeft een brug het begeven. Het duurt twee uur voor de brug is gerepareerd en dan duurt het nog een tijdje, totdat iedereen, die hier al voor ons tot stilstand waren gekomen, ook over de brug zijn gereden. En de brug is maar breed genoeg voor één auto.
Het is al duister, als wij Siem Reap in rijden. Wat wij dan zien, slaat werkelijk alles. Wij hebben tot dan toe kunnen zien, dat de Laotianen leven van een hongerloontje en dat zij verder geen middelen lijken te hebben. Nu rijden wij Siem Reap binnen, langs het vliegveld. Tot aan de stad staat daar het ene stuitend luxueuze hotel/casino na het andere. Gelegenheden, waar wij als westerlingen eigenlijk maar twijfelend naar binnen durven te gaan.

16 en 17 oktober
Buiten het hotel kijken wij uit naar een Toek-Toek, met een bestuurder, die een permit heeft om in het gebied van Angkor Wat te werken. Zo’n bestuurder is te herkennen aan het nummer achterop zijn rug. Als de bestuurder, die op onze klandizie uit is doorheeft waar wij naar zoeken, pakt hij breed lachend zijn fladdervestje uit de ruimte onder zijn zadel. Na een ouderwets onderhandel-partij mogen wij instappen.
Ik denk, dat de meeste mensen, die nog nooit in Angkor Wat zijn geweest, geen idee hebben, hoe groot het gebied wel is, waar al die Khmer ruïnes zijn. Inderdaad, het meeste is gegroepeerd rondom de tempel, waaraan het totale complex zijn naam te danken heeft. Maar er zijn ook tempels, die wel 30 km ver daar vandaan liggen. Bijvoorbeeld Banteay Srei, de tempel met de fantastische graveringen. Ik zal mij niet vermoeien om in deze beschrijving al het moois dat daar te zien is aan te duiden. Daar koopt iedereen zijn eigen boekje wel voor, maar Banteay Srei mag echt niemand overslaan! Verder zal ik alle ruïnes en tempels even opnoemen, in de volgorde, waarin zij ze bezocht hebben:
de Zuidelijke Poort, Bayon, Baphuon, Phimeanakas, Terrace of the Elephants, Prasat Suor Prat, Victory Gate, Thommanon, Chau Say Devoda, Ta Keo, Ta Prohm, Angkor Wat, Pre Rup, Banteay Srei, East Mebo, Ta Som, Neak Pean, Preah Khan, Phnom Bakheng. En om dat allemaal te bekijken, hebben wij twee dagen nodig gehad.

18 oktober
De derde dag zijn wij op ons gemak naar de Psar Chaa gelopen. Ja, natuurlijk, onderweg moet te herhaaldelijk een Toek-Toek afwimpelen, want blijkbaar denken die Laotianen, dat wij zonder benen geboren worden. Of met te veel geld in de beurs.
De Psar Chaa is een Bazaar. En ergens middenin die Bazaar is een gedeelte, waar men gouden- en zilveren sierraden verkoopt. Als je daar als potentiële klant door de ruimte loopt, dan gaan rondom jou alle lampjes aan. En als je ergens alweer voorbij bent, gaan de lampjes daar dan ook weer uit. Het leken wel glimwormpjes! Zo leuk, dat wij daar later nog een keer doorheen zijn gelopen. 
De Bazaar grenst aan één kant aan de rivier de Stung Siem Reap. Wij steken daar de brug over en aan de andere kant slaan we links af. Niet ver daar vandaan ligt de Vlindertuin, ooit aangelegd door een Fransman. Je kunt er van de vlinders en de bloemen genieten en je kunt er rustig iets drinken bij de vijver. Je kunt er ‘s avonds ook eten. Toen wij daar net even zaten, kamen er een heel stel kinderen de tuin in. Met mandjes in hun handen. En in die mandjes vlinders, die zij in de stad gevangen hadden. Zo komt de tuin dus aan zijn verversing. Natuurlijk overleven niet alle vlinder een dergelijk transport. Dus werden de manke vlinders opgegeten door kikkers, die daarop zaten te wachten.

19 oktober
We gaan Siem Reap weer verlaten We gaan naar Phnom Penh. Met de boot. Over het Tonlé Sap meer. We moeten al om 8 uur in de morgen bij de boot zijn. De bus stopt en op een plaats, waar de weg bedekt is met het water van het meer, komen wij voor de keus te staan om onze koffers door kruiers aan boord te laten sjouwen of dat we dat zelf doen. Het laatste geschiedt, dus hebben wij met onze leren schoenen door het water gelopen, met de koffers op onze nek. Een avontuurlijke reis, zei ik al.
Niet helemaal op tijd vertrekt de boot. Na verloop van tijd krijgt hij de smaak te pakken en we vliegen over het water. We komen langs boeren, die daar rijst verbouwen. Maar geen gewone rijst. Deze soort heeft stengels, die meters lang kunnen worden, aangezien het Tonlé Sap meer gedurende het jaar enig niveauverschil kent. Na alle regen van het begin van onze reis, spelen sommigen het zelfs klaar om deze laatste kans op een gezond kleurtje op te doen. Zij zonnen lekker op het dek.
Bij aankomst in Phnom Penh ritselt het weer van de behulpzame lieden. Toch dragen wij ook nu onze eigen koffers. Omdat we dat zo gewend zijn . . .
Na het diner gaan we nog even naar de boulevard om het nachtleven op te bruisen.

20 oktober
Onder begeleiding gaan we naar de Killing Fields van Choeung Ek. Alle reisgenoten waren de hele tijd stil. Dat is ook wel logisch, want als ze je laten zien, dat er een boom staat, waartegen de Rode Khmer kinderen dood sloeg, dan zeg je gewoon helemaal niks meer. Tja, en dan ontgaat je de massaliteit van deze genocide, want het aantal slachtoffers is gewoon niet te bevatten. Daarna gaan we naar het Tuol Sleng Genocide Museum. Dat was voor tijd van de Rode Khmer een middelbare school. Het is berucht geworden als het martelcentrum van de Khmer Rouge. Er waren reisgenoten, die het niet konden opbrengen om de rondleiding af te maken.

21 oktober
Het begin van de dag hebben we gevuld door door Phnom Penh te zwerven. Later die dag zijn wij terug gevlogen naar Nederland.

Terug naar Reizen