|
|
|
|
 |
 |
|
<Jeannette en Jo> |
|
|
 |
 |
|
Je kent dat wel. Met de auto op vakantie. In twee dagen naar de zon. Maar dat reizen op zích later onze vakantiebezigheid zou worden, komt niet, omdat die ritten over de Europese snelwegen ons zo goed bevielen. Nee, naar dat soort reizen kijken wij niet meer naar uit. Net zo min als de volle drie weken liggen bakken aan het strand. Een klein weekje aansluitend aan de echte vakantie, allá.
In 1991 is de reisgeest over ons gekomen. We zijn toen een paar weken naar Indonesië geweest. Het was echt alsof we te gast waren in een andere cultuur.
Het grote woord is gevallen. Vreemde culturen. Wij raken er niet op uitgekeken. De Mayacultuur, de Incacultuur, de culturen van India, Zuidelijk Afrika en Indonesië, wij wilden het allemaal zelf bekijken en voelen en ruiken.
Wij zijn ook een aantal keren naar de Verenigde Staten geweest. Naar het warme zuidwestelijke deel. Onze motivatie voor deze reizen was de natuur. Wijds en groots. Het is waar wat de Amerikanen altijd zeggen: “bij ons is alles groter”.
Niet alleen in Nederland maken wij de laatste tijd sterke veranderingen mee, eigenlijk is de hele wereld in beweging. Sommige bestemmingen liggen niet meer zo voor de hand. Maar dat lijkt erger dan het is. De wereld lijkt steeds kleiner te worden. Was India vroeger aan de andere kant van de wereld, tegenwoordig vlieg je er in 10 uur naar toe. Wat vanmorgen in Australië gebeurd is, komt vanavond al op de tv. Dus de culturen zullen steeds meer naar elkaar toe groeien. Laten we die culturen dan maar nú gaan bekijken, straks is alles anders. |
|