|
Om te beginnen een link naar een video, die een indruk geeft van deze reis: Reisimpressie
24 oktober 2010, Mamallapuram Na een vlucht via Heathrow komen we aan in Chennai in de deelstaat Tamil Nadu. Daar worden wij door een vertegenwoordiger van de plaatselijke agent opgewacht. Onze reisbegeleidster, Yvon Bogtman, is pas laat in de nacht terug gekeerd van haar vorige reis en zij slaapt nog. Met een bus worden wij naar het Mamalla Heritage hotel in Mamallapuram gereden. Daar aangekomen lezen wij op een bulletin, dat zij ons om 10 uur in het restaurant verwacht. De groep bestaat uit 4 echtparen en 4 singles. Wij krijgen uitleg over de reis en Yvon vertelt hoe nuttige zaken, zoals pinnen in India gaan. Maar dat wisten wij natuurlijk al, want dit is al onze vierde reis naar India. Met zijn allen maken wij een wandeling door Mamalla, zoals de stad kort wordt genoemd. Via de winkelstraat lopen we naar het strand. Daar ligt de Shore tempel. Onze eerste tempel, maar zeker niet de laatste deze reis. Dit tempeltje si het hoogtepunt van de Pallava kunst. Na een lekkere kop koffie in een cafetaria lopen we naar de Five Ratha’s, vijf monolytische tempeltjes in de vorm van strijdwagens en Arjuna’s Boetedoening. Op dit granieten rotsblok worden taferelen uit de Panchatantra weergegeven. Terug in Mamalla lopen we langs een prachtige wand met bas-reliefs van onder meer olifanten en langs Krishna’s Boterbal, een enorme kogelvormige rotsblok, dat ieder moment naar beneden lijkt te gaan rollen. Een geliefde plek als achtergrond voor een familiefoto voor veel lokale mensen. In de stad kopen we een prepaid telefoonkaart om goedkoop te kunnen bellen en om -in geval van nood- een beroep te kunnen doen op Yvon. Omdat we de afgelopen nacht best wat slaap te kort zijn gekomen, houden wij in de middag een siësta en s’avonds eten wij op het dakterras van het hotel.
25 oktober, Mamallapuram Achter het hotel staan een stel fietsen voor ons klaar. We gaan een eindje in de omgeving rondrijden. Wij zien van alles. Vooral het platteland. Wij waren door een kennis gewaarschuwd, om vooral een zacht zadeldekje mee te nemen . . . maar het viel allemaal reuze mee. Verplicht nummer is een bezoek aan een pottenbakker. Zijn vrouw maakt ook nog even een mooie versiering, die je in India nog wel eens voor de deur van een huis ziet. Jammer, dat dit gebruik langzamerhand lijkt uit te sterven. Ook mogen wij even in een schooltje kijken. De meisjes hebben allemaal bloemen in het haar. Bij een kleine tempel halen wij reisgenoot Heleen over om een pakje bidi’s te kopen. Ze vond ze blijkbaar niet erg lekker, want aan het eind van de reis was het pakje nog niet op. In de avond dineren wij in restaurant Le Yogi, vlak bij het strand.
26 oktober, Pondicherry De bus staat klaar voor het hotel. De chauffeur bewierookt de bus, opdat wij een gezegende reis zullen hebben. Het is slechts twee uur rijden naar Pondicherry, dus er is tijd genoeg om onderweg een paar keer te stoppen. Zoals bij een zoutwinning en bij een stel Hindoeïstische beelden. We slapen twee nachten in het riante Atithi hotel. Als lunch eten we een Masala Dosa in een typisch plaatselijk restaurant. Hier komen blijkbaar niet veel toeristen, want al het bedienend personeel komt zich aan ons vergapen. Ze zeggen gelukkig niets over de onervaren manier, waarop wij de Masala Dosa naar binnen werken. Pondicherry is heel lang een stad geweest, die onder Frans bewind stond. Je ziet er dan ook veel gebouwen in Franse stijl. En de politieagenten hebben nog steeds van die typisch Franse kepies op. Wij lopen door de stad en langs de boulevard. Wij worden belaagd door allerlei verkopertjes en een jongetje van een jaar of 11 weet Yvon’s onverdeelde aandacht te trekken en tijdens een kop koffie in een café aan het strand, verkoopt hij een heel stel textielen zakjes aan de meeste reisgenoten. Zijn dag kan niet meer stuk! In de middag gaan de meesten nog een keer door de stad flaneren. Wij bezoeken de Ashram van Sri Aurobindo. Hij heeft deze ashram in 1926 gesticht, samen met een Franse dame, die “The Mother” werd genoemd. In de ashram kan je kennis maken met het gedachtegoed van de stichters. Zij liggen daar ook begraven. Bij hun tombes heerst een gepaste stilte en vele mensen uit India komen hier hun respect betonen. Tijdens ons bezoek breekt er een wolkbreuk los en wij schuilen in de Ashram. Na de bui gaan we in een Bemo terug naar het hotel.
27 oktober, Pondicherry We gaan naar Aurovile, een commune, net buiten Pondi, opgezet naar een droom van The Mother. Men streeft hier naar een experimentele gemeenschap, waar mensen kunnen samenleven in vrede en harmonie, ongeacht afkomst, sexe, nationaliteit en godsdienst. Na een bezoek aan het informatiecentrum lopen we naar de Matrimandir, hun “tempel”. Ze hebben er jaren over gedaan, maar de tempel is prachtig.
28 oktober, Tiruchirappalli Op voorspraak van de chauffeur stoppen we onderweg naar Trichy (de korte naam voor die plaats met die lange naam) bij de Tra Swaram Tempel, een tempel uit lang vervlogen tijden. Maar ook deze tempel wordt nog onderhouden. Tijdens ons bezoek klinkt doorlopend het geluid van beeldhouwers, die aan de tempel bezig zijn. Daarna bezoeken we nog twee weverijen, die vlak naast de tempel liggen.
29 oktober, Tiruchirappalli In de morgen gaan we eerst naar een tempelcomplex aan de Cauvery rivier. Mensen wassen zich ritueel in de rivier en men kan daar ook een priester huren om een ceremonie te houden voor het betoon van eer aan een overledene. Onder een doorlopende stroom van gebedsspreuken volgen wij de rituelen. Wij zien daar ook mannen, die hun hoofd kaal laten scheren. De oudste zoon doet dit, als zijn vader is overleden. De Srirangam tempel ligt op een eiland in de Cauvery rivier en is misschien wel de grootste tempel van India. Door een opening onderin een Goparam, een weelderig gedecoreerde tempeltoren, kom je binnen de muren van het tempelcomplex. De ruimte binnen de buitenste vier muren wordt in beslag genomen door een levendige markt. Er zijn wel zes muren; de binnenste mag je allen door als Hindoe. Wij vinden een plaats, waar je op een dak kunt komen voor een prachtig overzicht over het tempelcomplex. Alle gopurams zien er zeer kleurig uit. Het is gebruik, dat de verrf elke 12 jaar wordt vernieuwd. Dat lijkt ons een hele klus. Vanaf de Chinna Bazaar beklimmen wij een lange trap tot boven op een rots, waar de Rock Fort Tempel ligt. Op de Ghandi markt laven wij ons weer eens aan het roerige leven van India.
30 oktober, Madurai Na een busreis van ongeveer 4 uur komen wij in Madurai aan. Daar gaan wij eerst naar de bloemenmarkt, waar uit grote luidsprekers helse muziek klinkt. De bloemen worden er niet eens flets van . . . De Meenakshi tempel heeft ook weer van die prachtige Dravidische tempeltorens. Een sprookjesachtig gezicht. Het dagelijks leven van Madurai draait letterlijk een figuurlijk rondom deze tempel. Je komt hier ogen en oren te kort. Er staat ook een olifant ergens in de tempel. Die zegent je met zijn slurf, als je hem een roepie geeft. Als wij tegen de avond terug lopen naar het hotel, zien wij twee koeien, die het op de straat langs de buitenste muren van de tempel met elkaar aan de stok krijgen. De sterkste koe gaat in galop achter de andere koe aan en de mensen op de straat kunnen nauwelijks het vege lijf redden. Dan breekt er weer een wolkbreuk los en we laten ons per taxi terug naar het hotel rijden.
31 oktober, Madurai Voor het hotel staat een hele reeks riksja’s op ons te wachten. We gaan een tour maken in en rondom de stad. Goed opletten welk nummer op jouw riksja staat . . . Wij rijden langs de Meenakshi tempel en wij zien daar een heel groot stenen beeld van Nandi, het voertuig van Shiva. Door de drukke stad rijden wij naar een markt voor bananen en groenten. Dan gaan we via een brug de Cauvery over, via een houtmarkt naar het Ghandi museum In de tuin voor het museum staat een beeld van Ghandi, zoals wij hem allemaal kennen: in eenvoudige kleding en met een stok in de hand. In het museum verdiepen wij onze kennis van Ghandi. Terug in de stad lopen we nog even binnen in een weverij (wéér één) en een smederij. Vanaf het dakterras van Madurai Residency zien wij weer een donderbui aankomen.
1 november, Kumily We gaan nu de bergen in van de Westelijke Ghats. Onderweg stoppen wij een paar keer. Bijvoorbeeld bij een steenfabriek. Hoewel, een fabriek kan je het eigenlijk niet noemen, want alles gebeurt in de oplucht. De tweede stop is bij een waterval, waar veel mensen aan het wassen zijn. De derde stop is bij een wijngaard. Gelukkig hebben wij geen wijn gekocht, want later bleek, dat de wijn van India niet echt lekker is. Althans, volgens reisgenoot Els, die zelf een Chateau in Frankrijk heeft. Na vier uur rijden komen we aan in Kumily, dat op een koele hoogte ligt. Kumily wordt ook wel Thekkady genoemd en we zijn nu aangeland in de deelstaat Kerala. Het valt ons op, dat hier veel Christelijke kerken staan. Nadat wij onze koffers in Machael’s Inn hebben gedropt, brengen we een bezoek aan een kruidentuin. Wij zien daar veel bomen en planten, met vruchten, die wij alleen maar uit het schap in de winkels kennen, zoals peper, cacao, curry, pilipili, latex en vanille. In de avond gaan wij nog even de stad in. Souvenirs jagen. Reisgenoot Els vindt een leuk olifantje, maar zij betaalt te veel. Sommigen blijven wel erg lang daar hangen en de mannen besluiten om maar alvast terug te gaan naar het hotel. Veel later komen de dames ook weer terug. Zij waren de weg kwijt geraakt, doordat zij het hotel voorbij waren gelopen.
2 november, Kumily Vroeg in de morgen, als de mist nog over het land ligt, gaan wij een hike maken door het Periyar National Park. Wij krijgen beenbeschermers om ons te beschermen tegen bloedzuigers. In twee groepen gaan we het oerwoud in. De gids wijst ons op veel planten en bomen en ondertussen genieten wij van de geluiden van de vogels. Veel dieren zien wij niet. Slechts een roedel wilde zwijnen en een paar apen. Er leven ook tijgers in Periyar. Wij zien de tijgers zelf niet, maar wel verse sporen van een moeder met twee welpen. Na afloop inspecteren wij ons lichaam en sommigen hebben toch nog wat bloedzuigers opgelopen. Iemand wijst reisgenoot Joke op een bloedvlek op haar sweater en bliksemsnel trekt zij de sweater uit. Dat wij dit hebben mogen meemaken! In de middag gaan we naar het kunstmatige meer van Periyar. In oktober 2009 is daar een rondvaartboot gekapseisd. waardoor 12 mensen de dood vonden. Dit gebeurde, doordat veel mensen op die boot naar één kant gingen om de dieren aan de oever te bekijken. Na dit ongeval zijn in heel India de veiligheidseisen aangescherpt. Eén maatregel is, dat men het aantal passagiers strikt is gaan controleren. Niemand in India wacht netjes op zijn beurt. Dus moest men bij het loket, waar de kaartjes verkocht worden, een regulerende constructie aanbrengen. Dus stonden wij op een gegeven moment met zijn allen in een stalen kooi, die op een tijgerkooi in een circus lijkt. Ook dit hebben wij overleefd. Wij hadden allemaal een plaats op het upperdeck gekocht. Dus dachten wij aan boord naar boven door te kunnen lopen. Dat bleek niet mogelijk, aangezien een andere reisorganisatie alle plaatsen op het upperdeck gekocht had. Wij verbaasden ons er over, dat men ons aan het loket toch zonder morren tickets voor het upperdeck had verkocht. Na wat gemopper trokken wij toch maar de reddingsvesten aan en gaan zitten. De rondvaart maakt echter alles goed. Wij hebben nog nooit zoveel dieren op één tocht gezien. Bizons, herten, olifanten, ijsvogels en wilde zwijnen. Een mooie tocht.
3 november, Alleppey We gaan nu naar de westkust. We stoppen onderweg een paar keer. Eerst bij een bloementuin, waar ze ook twee lieve honden hebben. En mooie bloemen. Later stoppen we bij Saint Francis Mount Ashram. Een katholieke kerk. Ach, die zien wij thuis wel vaker, dus waren onze ogen meer gericht op de theetuinen, aan de andere kant van de weg. Na een heel lange bustocht stoppen wij bij het water. En niet zo maar een water: de beroemde Backwaters. Onze bus zien we de komende dagen niet meer, want wij gaan met de boot. Nadat alle koffers en wijzelf aan boord zijn, vertrekken wij. Maar binnen een kwartier opent iemand van de bemanning angstig een luik en daar komt een naar luchtje uit. De motor blijkt het te gaan begeven. De boot gaan naar de kant en de chauffeur belt met zijn mobieltje. Binnen twintig minuten komt er een andere boot aan. Als onze koffers worden overgezet naar de andere boot, zien wij, dat dit een veel mooiere boot is! Met zachte kussens in riante stoelen en banken. Dus laten wij de wereld aan ons voorbij gaan, gezeten op een fijn plekje. De Backwaters liggen vlak langs de kust en op sommige plaatsen kan je de Indische Oceaan zien. De tocht duurt de rest van de dag, tot het donker wordt. Omdat het water hier ondieper wordt, stappen wij over in een andere boot. Dan komen wij aan bij het Coir Village Lake Resort. Een idyllische plek. Aan één kant van het kanaal staan de verblijfplaatsen en aan de andere kant zijn de receptie, een winkeltje met souvenirs en het restaurant. De man van het winkeltje doet goede zaken.
4 november, van Alleppey naar Varkala Na het ontbijt gaan we het eiland, waar het hotel op ligt bekijken. Er zijn daar een aantal touwslagerijen. Wij krijgen een demonstratie en sommigen mogen het ook eens proberen. Dat gaat minder goed. En ik geloof, dat iedereen die tamme zeearend daar heeft gefotografeerd. Dan gaan we weer aan boord. In weer een andere boot. Deze is helaas niet zo comfortabel als de boot van gisteren. We zien veel zeearenden en een aantal Chinese visnetten. Voor de lunch stoppen aan de oever. We eten daar echt Indiaas en het wordt opgeschept op palmbladeren. Er wordt meer gefotografeerd dan gegeten. Maar het was wel lekker. In Kollam landen wij aan en op de kant staat onze bus weer te wachten. We rijden door naar Varkala, aan de kust. Tegen de avond komen daar aan in een mooi hotel, het Krishnatheeram Beach Hotel. Het ligt bovenop de rotsachtige kust en je hebt er een mooi uitzicht over de Indische Oceaan. Natuurlijk gaan wij dineren in een restaurant aan de kust. Onderweg kiezen wij alvast een tentje om morgen te gaan ontbijten. Ja, het eten in India verdient de aandacht.
5 november, Varkala Na het ontbijt lopen wij de kustlijn langs. Veel leuke winkeltjes en wij kopen daar bij een Nepalese winkelier een gebedsmolentje voor onze verzameling thuis. Iedere winkelier is er op uit om ook wat aan jou te verkopen. En als je dan zegt: “Later”, dan zal je zien, dat ze dat nog weten, als je daar de volgende keer weer langs loopt. Wij lopen door totdat de weg bij een helikopter pad naar het strand loopt. Op het strand zien we een priester, die offeringen uitdeelt. De mensen lopen dan met die offeranden boven hun hoofd naar de branding, dan keren zij zich om en laten de offeranden in de zee vallen. Even verderop gaan wij weer omhoog en we lopen door tot we in Varkala zijn. Daar staat de Ayyappan tempel. Schoenen uit en entree betalen. Er staat daar een boom met een heleboel plastic poppetjes er in. Dat zijn offeranden van mensen die een kind willen. In het centrum van Varkala eten wij Fried Rice. Als wij weer terug zijn in het hotel, hebben wij nog wat tijd over. Daarom gaan we nog even de andere kant op langs de verhoogde kustlijn lopen. Daar is een klein vissersplaatsje. Om bij de vissers te komen, moeten we door een klein riviertje waden. Nou ja, moeten, het kon ook over een brug, maar die leek wat ver weg. s’Avonds krijgen wij een diner aangeboden door Koning Aap. In het hotel. De ijstaart die als toetje diende, viel erg in de smaak.
6 november, Kochi Met de trein gaan we naar Kochi. Altijd leuk, met een trein reizen in India. Van te voren wordt je er op gewezen, dat Indiase mensen waar voor hun geld willen, als ze met een trein reizen. Dus als ze met een AC trein reizen (air conditioned), dan moet de airconditioning ook wel werken. Het is dus wijs om een fleecetrui mee te nemen. Maar het viel gelukkig mee. Je kunt in de trein van alles kopen. Vooral thee, koffie en allerlei snacks. Altijd proberen. In Kochi (bij het station van Ernaukulam Town) worden we opgevangen door een aardige jongeman van de plaatselijke reisagent. We stappen in een kleinere bus en rijden door Kochi. Kochi is een zeer moderne stad. Maar wij verblijven niet in de stad zelf, maar in Kochi Fort, de historische plaats, waar vroeger de Portugezen en de Nederlanders een vesting hadden. Wij verblijven daar in Gama Heritage, een hotel, dat vroeger het huis van een bisschop is geweest. De chauffeur reed er aanvankelijk voorbij, maar toen hij doorhad, dat hij daar en daar moest zijn, stond hij er op om de bus tot vlak voor de entree te rijden. Het leek er op, dat de buitenspiegels aan beide zijden langs de muren schraapten.
7 november, Kochi De volgende morgen gaan wij eerst met zijn allen ontbijten in een kunstgallerie annex bistro. En lekker, dat het ontbijt was! Daarna gaan wij individueel de stad Old Kochi in. We lopen langs een oude muur, met daarin een poort, waarboven het VOC wapens staat, met het jaartal 1740. Het is zondag en wij komen langs een groot veld, waar horden jonge mannen aan het cricketen zijn. Dat is hier echt de volkssport. Om te zien, wat er nog over is van de Hollandse historie, zoeken wij de Hollandse begraafplaats op. Het was voorspeld, dat die op slot zou zijn en dat klopt. Wij kijken toch maar even tussen de spijlen van het hek door en wij zien, dat de begraafplaats er wat vervallen bij ligt. Maar je kan wel wat Nederlandse opschriften op de grafstenen zien. En heraldische tekens. Daarna lopen wij goed gevoel door Old Kochi, op zoek naar het Dutch Palace. Dat is geen echt Nederlands paleis, maar een paleis van het plaatselijke koningshuis. De Nederlanders hebben ooit de restauratie van dit paleis bekostigd. Als wij aan de kustkant het paleis verlaten, worden wij overspoeld door busladingen toeristen. Die komen van een cruiseschip, dat in de haven van Kochi ligt. Wij lopen van het paleis naar de voormalige Joodse synagoge. in de Joodse wijk. Niet veel meer te zien. We nemen een drankje in een restaurant in een leuke winkelstraat en lopen dan langs de kust terug naar Fort Kochi. Daar liggen ook een stel Chinese visnetten en die worden toeristisch bediend. Voor een paar roepies mag je dan ook foto’s maken. We lopen nog wat verder langs het water en gaan dan terug naar ons hotel. Later in de middag gaan wij met zijn allen naar een voorstelling van de Kathakali Dance. In een zaal met balkon zien wij eerst hoe de acteurs van de voorstelling worden geschminkt. Dat op zich is al de moeite waard. Als de schmink klaar is, krijgen we korte uitleg over de gebaren en gezichtsuitdrukkingen, die in de dans zullen worden getoond. Daarna begint de voorstelling. Het duurt alles bij elkaar meer dan een uur.
8 november, Thalassery Omdat de bus vrij vroeg vertrekt, hebben wij haast om nog een keer te ontbijten in die kunstgallerie annex bistro. Gelukkig lukt het. Met de bus gaan wij weer terug naar het station van Ernaukulam Town. De trein is deze keer voorzien van stoelen, die je ook in vliegtuigen ziet. Dat zit lekkerder, dan op die banken in andere treinen. In Thalssery overnachten wij alleen maar. Daarna gaan wij met de bus weer door. In Thalassery komen bijna geen toeristen. Wij liepen daar tegen iemand op, die zich afvroeg, wat wij als westerse toeristen nou in hemelsnaam in Thalassery te zoeken zouden kunnen hebben. Al eerder was het ons al opgevallen, dat onze SIM kaart het in de deelstaat Kerala niet meer deed. Dus besloten wij om een winkel op te zoeken, waar ze ons probleem zouden kunnen verhelpen. In de eerste de beste winkel werd ons verteld, dat wij hiervoor naar de Vodafone winkel moeten. Twee jongens, die in die winkel rondhangen, willen ons daar wel even naar toe brengen. In het donker, zonder straatverlichting en wadend door verborgen plassen lopen wij met de jongens mee. Bij de Vodafone winkel bedanken wij de jongens met een fooitje en wij stappen de winkel in. Daar kon men niet met een SIM kaart van de staat Tamil Nadu werken, dus kopen wij een hele nieuwe SIM kaart. Een paar roepies armer stappen wij weer naar buiten. Op zoek naar een taxi. Maar geen taxi te zien. Andere straat ingelopen, maar alle taxi’s die voorbij rijden zijn vol. Als wij tenslotte toch nog een lege taxi vinden, blijkt, dat de chauffeur geen Engels verstaat. Ook de tekst op het kaartje van het hotel kan hij niet lezen. Tenslotte maar een man aangesproken, die een uniform aanhad. Die kreeg het ook niet voor elkaar om een taxi voor ons te regelen. Maar weer doorgelopen en op een wat drukker kruispunt slagen wij er in om een taxi te pakken, die ons wel verstond. En zo zijn wij weer bij het hotel terug gekomen.
9 november, Madikery De volgende morgen stappen wij weer in de bus en wij rijden door naar Madikery, in de deelstaat Kanataka. Als wij daar bij ons hotel aankomen, regent het weer eens. De bus kan niet doorrijden tot bij het hotel en dus moeten wij onze koffers door de natte, ongeplaveide straat sleuren. Wij gaan ergens in de stad eten en daarna gaan we nog wat Internetten. Als de avond valt, komen er hele meutes jongelieden in het hotel aan. En die hebben een groot deel van de nacht kabaal gemaakt. Maar dat mag hem de pret niet drukken.
10 november, Madikery Dus gaan wij de volgende morgen goedgemutst met een Bemo naar Abbey Falls. Een aardige waterval. Maar er zijn grotere. Wij gaan lopend terug. Genietend van de natuur. Door een heuvelachtig landschap. Kerststerren zie je bij ons vaak in december, maar die zijn niet 3 meter hoog. Daar wel. En veel flamboyant bomen. Vlak bij Madikery zien wij de Raja Tombes. De deur zit op slot, maar al snel komt er iemand om de deur te openen. Vrij sombere tombes. Dan dalen wij af, de stad in Madikery ligt namelijk in een kom in de heuvels. In de stad zelf gaan wij op zoek naar de Omkereshwara tempel. Er komen hier blijkbaar niet zo veel toeristen, want slechts weinig mensen verstaan hier Engels. Na veel vragen en soms verkeerd lopen, komen wij bij de tempel aan. Ook de Omkereshwara tempel is dicht, maar hij is best leuk om van buiten te zien. De laatste bezienswaardigheid zou de Raja Seat zijn, een uitzichtpunt. Dat ligt op een heuvel. Wij hebben inmiddels al wel zoveel kilometers in de benen, dat wij besluiten om met een taxi omhoog te gaan. Het uitzicht is prachtig en het parkje zelf is netjes onderhouden. Als wij besluiten om weer terug naar het hotel te gaan, begint het weer te hozen. De Bemo chauffeur is er geen voorstander van, als wij met vijf man tegelijk in zijn Bemo willen stappen. Hij liet zich na verloop gelukkig toch ompraten, maar het motortje had er best moeite mee. En ik kon niet al te lang met reisgenoot Joke op mijn schoot blijven zitten.
11 november, Hassan Na een laatste blik over Madikery, dat bedekt door een deken van mist in zijn kom ligt, gaan wij met de bus door naar Hassan. Wij komen langs Bylakupe. Daar ligt een Tibetaanse enclave. Daarin bevinden zich twee klooster: Sera Je en Sera Mey. Wij zijn net op tijd om de ochtendceremonie mee te maken. Terwijl de monniken zingen, op blaasinstrumenten blazen en op trommels slaan, wordt hun thee ingeschonken en brood uitgedeeld. Samen met de prachtige ornamenten in de diverse zalen is dit een lust voor oog en oor. Na een vervolg per bus komen wij bij de tempel van Halebid aan. Deze tempel werd zo’n 800 jaar gelden door de Hoysala’s gebouwd. Het regent en onder onze paraplu lopen wij naar de tempel. Binnen is het droog. Het is vrij donker in de tempel. Er staat daar ook een beeld van Nandi, waar vrouwen een wens in het oor van de stier kunnen fluisteren. Leuk fotomoment. Als het droog is geworden, bekijken we de buitenkant van de tempel. Even verderop bezoeken wij de Keshava tempel in Sonathpur. Deze is weer wat meer Dravidisch van stijl, dan de Halebid tempel. Hij is in 1268 gebouwd, tijdens de hoogtijdagen van de Hoysala’s. De muren van de tempel zijn van van top tot teen bedekt met uitbundige sculpturen en taferelen van de Mahabharata, Ramayana en Bhagavad Gita In de avond eten wij in het restaurant van ons hotel in Hassan (in de deelstaat Karnataka). Hoe het eten daar was, zijn wij vergeten, maar het vervolg zal ons lang bij blijven . . . De bouwvakkers in India werken misschien wel snel, maar zij werken in ieder geval minder nauwkeurig dan die in Nederland. De laatste trede van de trap naar het restaurant was net wat hoger dan alle andere. Dus struikelt Jeannette over die laatste trede. Met een pijnlijk gezicht wrijft zij over de ringvinger van haar rechterhand. Waarschijnlijk verstuikt? De reisbegeleidster raad haar aan om de vinger in ijs te verpakken. Maar als het te erg wordt, moeten wij maar even op haar deur kloppen. En op die manier gaan wij de nacht in.
12 november, van Hassan naar Mysore Om drie uur in de nacht is de vinger paarsachtig blauw en we besluiten om er wat aan te gaan doen. De trouwring is er niet meer af te krijgen en nu dreigt de vinger zonder bloed te komen. Wij wekken Yvon en wij gaan naar beneden. Het personeel ligt zoals gebruikelijk in de hal te slapen. Yvon stelt, dat wij naar een ziekenhuis moeten. Wij gaan 3 ziekenhuizen langs, maar het lukt niemand om de ring van Jeannette’s vinger te krijgen. Wel horen wij tussen alle woorden in de vreemde taal van Hassan een paar Engelse woorden noemen: “Bone Cutter”. Ook met die tang lukt het niet. Intussen is het al bijna 6 uur. De taxichauffeur heeft een neefje, dat “edelsmid” is. Daar aangekomen blijkt de winkel twee keer zo groot te zijn als onze wc. Een klein vuurtje, een bankschroefje, een aanbeeld en wat tangen. Maar hij gaat aan de slag. Met sleutelvijltjes. Na veel kreten van pijn van Jeannette krijgt hij het voor elkaar om de ring door te vijlen. Wij geven hem een forse fooi. Iets wat je normaal aan een dokter zou geven. Gelukkig redden we het nog om op tijd terug bij het hotel te zijn, voordat de bus weer vertrekt. Ik weet niet meer of we nog ontbeten hebben. Met de bus rijden wij naar de Sravanabelagola Jain tempel, wat letterlijk vertaald “de Monnik van de Witte Vijver” betekent. Het is één van de oudste en meest belangrijke pelgrimsoorden van de Jain in India. Een uit één stuksteen vervaardigd 17 meter hoog standbeeld van de naakte meester Gomateshvara kijkt vanaf de top van een rots neer over het stadje en de omliggende landerijen. Het is een klim van 600 treden omhoog, welke je zonder schoenen moet afleggen. Men verhuurt er wel sokken om je voeten te sparen. Oh ja, er zijn ook draagstoelen. Voor een zacht prijsje kan je je omhoog laten dragen. Net als wij bij het beeld aankomen, begint er een dienst onder leiding van een paar priesters. Omweg naar beneden besteden wat meer aandacht aan de vele gravures, die hier in de verstreken eeuwen in de rotsen zijn aangebracht. Vroeg in de middag komen wij in Mysore aan. Individueel gaan we de stad in. Mysore is echt een leuke stad om door te lopen. De levendige Devaraja markt en leuke winkels aan de Sayyaji Road. En ook daar lopen koeien over straat. Als de zon onder gaat lopen wij terug naar het hotel. In de avond eten wij in het Parklane Hotel. Mooie tent.
13 november, Mysore Onder leiding van een plaatselijke gids gaan wij met de bus naar de Chamundeshwara tempel op Chamundi Hill. De toegang tot de tempel zelf is voorbehouden aan gelovigen. Op de heuvel heb je een mooi uitzicht over de stad. Wij gaan daarna een lange trap af en wij komen bij een vijf meter hoog zwart beeld van Nandi. Langs de kant staat een stalletje, waar ze rietsuiker uitpersen en als drankje verkopen. Daarna gaan we door naar de Sri Narasimha Swamy tempel. Deze tempel heeft voor ons veel weg van de tempels in Khajuraho. Heel uitbundig! In de middag gaan we nog maar weer eens de stad in. Ik zei al: het is een hele leuke stad. Bij het vallen van de avond gaan we met een paar taxi’s naar het paleis van de Maharaja. Normaal gesproken is dat paleis al heel mooi, maar in de avond is het helemaal een sprookje. Vooral als om 8 uur de duizenden lampen van het paleis worden ontstoken. De happening trekt veel bekijks. Wij blijven er een half uur van genieten. Daarna hebben we een diner op het dak van een restaurant aan Ghandi Square.
14 november, op weg naar Betalbatim Tippu Sultan was een legendarische verzetstrijder ten tijde van de Engelse overheersing. Althans, vlak voordat de complete Engelse overheersing een feit werd. Tippu Sultan bleef zich als laatste tegen de Engelsen verzetten. Bij Srirangapatnam is hij ten slotte door de Engelsen gedood. Daar ligt ook zijn graf. Een eindje van Srirangapatnam ligt het buitenverblijf van Tippu Sultan. Het is niet erg groot, maar wel weelderig versierd. Via Mangalore rijden wij naar het station van Yesvantpur. Daar nemen wij afscheid van de chauffeur en de bijrijder van onze bus. Wij zijn heelhuids afgeleverd. Of dat heeft gelegen aan de ceremonie in Mamalla? Wij denken dat het komt door zijn goede manier van rijden. Met de nachttrein gaan we naar Goa.
15 november, Betalbatim Vanaf het station van Goa, dat in de deelstaat van dezelfde naam ligt, worden we met een bus naar hotel Ala Goa in Betalbatim gebracht. Nog voor het ontbijt komen wij daar aan. Er is op dat moment geen personeel te bekennen. Iemand gaat op zoek en weldra kunnen wij een ontbijt bestellen. Iedereen mag vandaag doen wat hij wil. Dus gaan wij maar aan het strand kijken. Als je van het Ala Goa hotel naar het strand wilt, moet je over het terrein van een ander hotel. Wat vreemd, dachten wij, maar dat lijkt toch heel normaal te zijn. Aan het strand zien we gezellige strandtenten en de zee is lekker warm.
16 november, Betalbatim Wij gaan weer eens met zijn allen op stap. Naar Old Goa. De oude Portugese stad is na een aardbeving verlaten en er staan nu nog slechts een paar historische gebouwen. De Basilica of Bom Jesus lijkt echt oud. Hij is donker bruin van kleur. Buiten kletsen wij gezellig wat met een paar lokale mensen. In de kerk ligt een heilige opgebaard: Francis Xavier. Hij was een leerling van Ignatius van Loyola en hij leefde van 1506 tot 1552. Hij was één van de eerste zeven Jezuïeten. Hij leidde een grote missie naar India. In de Sé Cathedral zien wij onder een beeld van Jezus aan het kruis drie geboden: Armoede, Nederigheid en Gehoorzaamheid. Zo deed men dat. Daarna gaan we met de bus naar een punt, vanwaar men een groots uitzicht heeft over Old Goa. Genoeg Oud Goa, dus nu maar eens kijken hoe de tegenwoordige hoofdstad van Goa er uit ziet. Die hoofdstad heet Panjin en het heeft nog veel uit de Portugese tijd. Als we “klaar” zijn, gaan sommigen terug naar het hotel en anderen gaan mee door naar Bentaulim, een plaats wat zuidelijk van Betalbatim. Wij gaan dan nog even “winkelen” en lopen daarna in het donker door naar het strand, waar anderen op ons wachten. Samen lopen wij langs het strand naar Colva. Daar eten wij in de Boomerang. Er is daar iemand, die tot onze verbazing goed Nederlands praat. We eten daar natuurlijk weer erg lekker.
17 november, Betalbatim Vandaag hebben we weer de hele dag vrij. Dus wordt het vandaag weer strand. Daar is weinig meer van te vertellen, dan dat je met de temperatuur, die het zeewater daar heeft, heel lang te water kunt blijven.
18 november, op weg naar Mumbai Vandaag de laatste treinreis. Nu naar onze eindbestemming: Mumbai Daar gaat nu de hele dag mee heen.
19 november, Mumbai Mumbai ligt in de laatste deelstaat die we aandoen: Maharashstra. In diverse taxi’s gaan we om te beginnen naar de Dhobi Ghat. Alleen onze taxi heeft het blijkbaar niet helemaal door. Ons was van te voren verteld, dat de rit ongeveer 20 minuten zou duren, maar toen wij al een half uur in de taxi zaten, bekroop ons het gevoel, dat er iets niet helemaal goed zat. Ten slotte stopte de chauffeur bij -inderdaad- een wasplaats, maar dat was niet de goede. Toen wij hem nogmaals vertelden, dat we naar de brug wilden, vanwaar je de Dhobi Ghat kunt zien liggen, ging hij de goede kant op. Wij hebben hem maar iets meer gegeven, dan de oorspronkelijk beloofde ritprijs. Maar niet veel meer. De Dobi Ghat is de grote gemeentelijk wasplaats van Mumbai in de openlucht. Hier werken 5000 mensen. Je snapt niet, hoe ze al die was uit elkaar kunnen houden. Met weer een stel taxi’s gaan we vervolgens naar een station, waarvandaan we een wandeling gaan maken langs vele koloniale gebouwen. En dat zijn er nog best veel. Zelfs een toren, die wat op de Big Ben lijkt. Op de Colaba Causeway lunchen we in de Fab India winkel. Gezellig. En beneden is het fijn snuffelen tussen alle textiel. Aan het eind van de Colaba Causeway lopen we langs alle winkeltjes op de stoepen en glippen naar binnen bij Mondegar Café. Leuk om nog eens te zien. Leuk T-shirt gekocht met het logo van Mondegar. Als de zon ondergaat, slenteren we langs het Taj Mahal hotel en de India Gateway. De versierde koetsen rijden er nog steeds. Als afsluiting van onze reis eten wij op het dak van een restaurant aan de boulevard. Aan het eind van de dag vliegen we weer terug naar huis.
|